Valencia: waarom deze zonnige stad als mijn tweede thuis voelt

Oh Valencia. Op het moment van schrijven ben ik er zeven keer geweest, waarvan drie keer een maand of langer. Ik héb iets met deze stad en het voelt inmiddels een beetje als mijn tweede thuis.

Ik zal je uitleggen waarom.

Eerste keer Valencia

Het begon allemaal in 2014, of eigenlijk iets daarvoor. Toen ik een keuze moest maken voor een minor tijdens mijn opleiding Journalistiek viel mijn oog op Spaanse Taal & Cultuur. Terwijl ik in de trein naar school Spaanse muziek luisterde en weg zat te dromen, kwam het idee om die minor in Spanje zelf te gaan volgen. Dat leek me een geweldige en perfecte manier om de taal te leren. Bijzonder genoeg stond school niet toe om de volledige minor in het buitenland te doen (ik snap tot op de dag van vandaag niet waarom) maar een aantal weken mocht wél.

Het werden zes weken in Valencia. Nog nooit was ik in deze stad geweest, maar toen ik hoorde over zon, een gezellig centrum én strand, was ik om. Tijdens deze weken – waarin ik dagelijks door een straat met palmbomen naar school liep – wist ik dat ik dit vaker wilde doen. Zoals ik hier ook vertelde: niet eerder voelde ik me zó vrij en zo op mijn plek.

Toen we de zomer erna in de buurt op vakantie waren, leidde ik mijn vriend en broer een dag lang rond door de stad, en een jaar later in het voorjaar hield ik er een week lang een ‘reünie’ met twee vriendinnen die ik hier had ontmoet. Toen mijn beste vriendin en ik een bestemming zochten voor onze zomervakantie het jaar daarop, was de keuze ook een makkie: Valencia. Het werd een week vol lekker eten, bijkomen op het strand en dansen tot in de late uurtjes.

Lees ook:
Dit is de beste reistijd voor een trip naar Valencia

Beren op de weg

Al sinds die eerste keer bleef door mijn hoofd spoken dat ik ‘voor langere tijd’ naar Valencia wilde terugkeren. Ervaren hoe het voelt om er te wonen, om écht even onderdeel te zijn van het dagelijks leven daar. Maar er was genoeg dat me tot dan toe tegen had gehouden: mijn lieve vriend waar ik bijna mee ging samenwonen, mijn werk, kat en ga zo maar door.

Toch liet het me niet los en ging ik langzaam inzien dat ik vooral beren op de weg zag. Mijn vriend had geen problemen met mijn plannen, zou me halverwege komen opzoeken en omdat we samen gingen wonen, kon hij op mijn kat passen. Ik werkte toen al als freelancer, dus kon mijn werk gewoon meenemen en ook dacht ik: als ik het nu niet doe, wanneer dan wel? (Dit proces ging heus niet zó snel hoor, ik kan echt lang twijfelen)

Gewoon doen

Ik besloot dus om het maar gewoon te gaan doen. Doodeng was het, en ik huilde tranen met tuiten op het vliegveld (ben zó slecht in afscheid nemen). Op dat moment wist ik nog niet precies hoe lang ik zou blijven, ergens tussen de twee en drie maanden. Uiteindelijk bleef ik tien weken.

Ik volgde opnieuw Spaanse lessen, woonde samen met een Spaanse huisgenoot, werkte vanuit mijn appartement, cafeetjes en coworkings, ontmoette allerlei mensen en genoot optimaal van de stad. Oh ja, ik maakte het festival Las Fallas (waarover later meer) voor de tweede keer mee en dat was ook een ervaring op zich. Het was geweldig, maar ik miste thuis ook écht weleens. Maar het was het allemaal waard.

Toen ik dat eenmaal ervaren had, wist ik dat ik ieder jaar zoiets voor mezelf wilde doen (dat maart een beetje ‘mijn maand’ werd, zoals ik hier al vertelde, startte op dat moment). Het gevolg was dat ik een jaar later weer ging voor een maand – al werden dat door de start van de pandemie uiteindelijk drie weken. Nadat ik begin 2021 moest overslaan in verband met lockdowns, ging ik toen ik de kans kreeg in november óók nog tien dagen. Lang leve het freelance leven.

Tweede thuis

Doordat ik er zo veel fijne herinneringen heb en in deze stad allerlei ‘eerste keren’ heb ervaren (allereerste keer in m’n eentje op pad tijdens m’n minor, voor het eerst vanuit het buitenland werken, voor het eerst hele gesprekken in het Spaans gevoerd) heb ik een bepaald gevoel bij Valencia. Als ik vanuit het vliegtuig de stad zie, met de Ciudad de las Artes y las Ciencias, voel ik gewoon: ik ben er weer. Ik ben weer op m’n plek.

Ik houd van de taal, de straten met hun specifieke geur, de vriendelijke mensen, de sinaasappelbomen, de zon die altijd schijnt en de kenmerkende gebouwen. En omdat ik het er keer op keer zo fijn heb, hoop ik dat jij er met mijn tips óók een heerlijke tijd zult hebben. Of dat nu een weekend, een week of een maand is.

Lees ook:
Een maand in zonnig Andalusië: zo gaat mijn eerstvolgende trip eruit zien

Lees ook:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.